Beschouwing

De driejaarlijkse tentoonstelling ´Van Stof tot Asse´ op diverse locaties in de Vlaams-Brabantse gemeente Asse is te beschouwen als een project dat de mainstream in de hedendaagse kunst corrigeert ten voordele van die kunst die niet beantwoordt aan het dominante discours van ´een´ tijd. Misschien loopt de kunstwereld wel rond als een Brabants trekpaard met oogkleppen, zonder gevoel en oog voor meanderende zijwegen in een alles ontgeldende tred. De kunst wordt beschouwd als de spiegel van de tijd waarin de kunstenaars zich in degeschiedenis meten op de cadans van de technologische ontwikkelingenin het elektronische verkeer en revelaties op het vlak van nieuwe media.

Stilstand in de kunst is uit den boze; het is alsof de kunst nog steeds wordt geïnfecteerd door de logica van de vooruitgang. Ook de carrières van jonge kunstenaars worden sanctioneel afgepunt op de wijze waarop hun werk evolueert binnen de netwerken die volgens de officiële decision makers compatibel wordt geacht aan het begrip succes. Succes in de kunstwereld staat bijna hegemonisch als synoniem voor ´mercantiele´ meerwaarde.

Het belang van een kunstwerkwordt uitgedrukt in euros en in de mate van museale infiltraties, vergelijkbaar met andere luxe-producten waarvan de schaarste aan de aanbodzijde de exclusiviteit bezegelt via de kostprijs, beeldend uitgedrukt als en in ´stukken van mensen´.Kunst verhoudt zich al dan niet sprekend tot de ons omringende wereld. De maatschappelijke relevantie van kunst is en kan nooit afleesbaar zijn van het kunstwerk. Het discours ´rond´ en ´naast´ eenkunstwerk kan wel politiek-correct zijn in combinatie met het persoonlijke engagement van de kunstenaar. Kunst waarin de stilte zich ophoudt kan al evengoed een teken van protest zijn tegen het lawaai in de wereld die een mens soms wurgt in de roes van instant- ervaringen. Het kunstwerk is een object, een ding dat zonder de toegevoegde ´arbeid´ van de toeschouwer een nietszeggend object blijft. Het kunstwerk snakt naar communicatie om te bestaan. Binnen dit denken zijn begrippen zoals dialoog en educatie van vitaal belang, termen woorden die de kunst publiek houden en maken. Dat betekent absoluut niet dat een kunstwerk moet of kan worden uitgelegd.

Een kunstwerk behoudt a priori afstand, een autonomie ´eigen´ aan een object veronderstelt trouwens dat het nooit helemaalwerd uitgevoerd congruent aan de intenties van de kunstenaar/maker. Een goed kunstwerk dient zich aan als een vat vol uiteenlopende tekens, gerijpt in de droesem van de tijd gekenmerkt door haar wispelturige culturele ingrediënten. Net zoals de cultuur zich aanpast aan de ontwikkelingen in het leven en het samen-leven wordt de kunst erdoor beïnvloed. De toeschouwer kijkt dan pas naar een intrigerend kunstwerk als wanneer het kunstwerk steeds opnieuw andere betekenissen oproept en genereert zodat het actueel en eigentijds blijft via een zorgvuldig geduldig ´gebruik´. Een kunstwerk is maar één uitdrukking van één manier van in het leven te staan. Het maken en beleven van kunst is vrij; alleen is die vrijheid door te weinig mensen bekend en wordt ze te schaars gebruikten gesmaakt.

Projecten zoals ´Van Stof tot Asse´ jagen de kunst en het publiek niet in onvindbare cenakels of hoogdrempelige paleizen; de kunst wordt in Asse tijdelijk gedropt tussen de urbane plooien van eenrand- Brusselse gemeente. De kunstwerken verstoren even de rust in doen en denken zodat via deze ervaringen een dialoog wordt uitgelokt die de interesse aanscherpt over die ´tekens´ die op een andere - soms vreemdsoortige manier - uitdrukking geven aan datgene wat soms ´ongezien´ beweegt in het samen-leven.´Van Stof tot Asse´ is absoluut een mooie titel die als een soort statement perfect weergeeft waartussen de kunstproductie begripsmatigal sinds de jaren zestig pendelt. Het materiële versus het conceptuele is altijd al in de publieke perceptie van de hedendaagse kunst een hete twistappel gebleven. Dat is uiterst verwonderlijk omdat de mens als (onder)deel van de oppermachtige natuur zich onderscheidt door een vermogen om te denken en zonder denken is er gewoonweg geen sprake van een relevante (artistieke) vorm. Het zou vanuit ´menselijk´ standpunt logisch zijn te veronderstellen dat allegoede kunst ontstaat vanuit een voorafgaandelijk ´conceptueel denken´.

Zonder concept is er in de wereld niets mogelijk en realiseerbaar. Een kunstwerk kan bij deze worden gedefinieerd als een ´vorm die denkt´.´Van Stof tot Asse´ is dus een ´conceptuele´ expo-titel die de vele en soms stroeve pendel-bewegingen onder woorden brengt van het tastbaar tactiele naar het ´louter´ mentaal-denkbare binnen de actueel waaier aan rijke en verscheiden verschijningsvormen van hedendaagse kunstwerken.De titel ´Van Stof tot Asse´ materialiseert als het ware een vals splijtend denken over kunst dat er vandaag als onderwerp van gesprek en discussie niet echt meer toe doet. Temeer omdat het centrale en ´tijds-progressieve´ denken over kunst sinds het einde van de jaren tachtig versplinterde tot een bontgekleurd mondiaal aanbod van kunst overwaaiend vanuit de meest onverwachte en verre hoeken van de wereld. De kunst is vandaag een bibliotheek geworden van ´wereldbeelden´ waarin tegelijk zoete, wanhopige en wrange inhoud het merg wordt ter uitdrukking van ´het in het leven staan´ via een artistiek middel dat daaraan het beste tegemoetkomt.

Genieten blijft het devies bij het zien en ondergaan van kunst; genieten met rede en gevoel - waar tussenin alle zintuigen zich laven aan de kunst die het leven de kleur geeft dat het verdient. Ondertussen kijkt de grote wereld mee over de schouder heen.

Luk Lambrecht, juni 2008